Herhaling 3de leerjaar: woorden met d/t achteraan, woorden met ch(t)/g(t), verenkelen/verdubbelen, hoorwoorden met ei/ij, ou/au, woorden met -nk of -ng

de hond - de glimlach - de prijzen - wandelen - de kamelen - de boot - de brooddoos - het plein - de fietstocht - de klauwen - de bouwgrond - de autosnelweg - de goochelaar - de boeken - de ballonnen - de fontein - het ijsje - links - de leerling - de voorruit

Beluister het audiofragment waarbij ik de woorden van het woordpakket dicteer. Schrijf ze op en verbeter ze nadien. Lukt het je al goed om de woordjes foutloos te schrijven? 

Tip: Ga ik te snel? Zet dan even op pauze! 

Woordpakket 1

ademhalen - de appelsien - wij besturen - wij betalen - wij bewegen - bloemschikken - de dobbelsteen - hardlopen - het hobbelpaard - het hoofdkussen - de komkommer - de krullenbol - de leeuwentemmer - de legermacht - de portretten - de postzegel - wij prikken - de rattenvanger - tevreden - zeventien 

Een leuke extra oefening... Kan jij de woorden vinden bij galgje?